Jozef Van Baarle
Najaar 1914. Europa staat op zijn kop. De 'Groote oorlog' is begonnen. Samen met vele andere soldaten wordt Jozef Van Baarle met de trein naar het front gebracht.
Beste moeder
Ik zag u nog deze ochtend toen u mij hielp om mijn bagage in te pakken. Dat was moeilijk, want wat neem je juist mee naar het oorlogsfront en hoe lang zou ik wegblijven?
Ik sta hier nu op het perron tussen honderden jonge mannen in uniform. Allemaal staan we hier dicht bijeen gepakt, te wachten op de trein die ons naar Antwerpen brengt. Van daaruit reizen we verder naar het front. Ondertussen ben ik aangekomen in Antwerpen en vind ik tussen het wachten door nog even de tijd om u verder te schrijven.
De treinrit was onbeschrijflijk. Het was geen passagierstrein maar een goederentrein die we moesten nemen. Net zoals varkens of koeien stonden we tegen elkaar aangedrukt, toen de trein vertrok. Onbekende mannen leunden tegen elkaar alsof ze elkaar al jaren kenden. Het duurde niet lang of de verhalen over vroeger of de dromen over heldendaden werden verkondigd. Lieve moeder ik voelde me niet zo heldhaftig en kon niet wachten tot ik van de trein was en terug lucht kreeg. Ik weet niet wat me verder te wachten staat en wanneer ik u nog eens kan schrijven maar ik beloof dat ik u fier zal maken en hopelijk heelhuids terugkeer.
Uw toegewijde zoon
Jozef


