Paul Bertrand
Paul maakt in 1839, als 10-jarige knaap, voor het eerst een rit met een trein. Samen met zijn ouders spoort hij van Brussel naar Mechelen. Ook voor hen is het de eerste maal dat ze op een trein zitten.
Gegroet Louis,
Ik heb vandaag een heel avontuur beleefd en daarom schrijf ik je deze brief. Moeder en vader namen me vandaag op een eerste treinreis. Vooraan stond een grote machine waar erg veel rook uit kwam. Erachter hingen allemaal wagons, het leken wel koetsen zonder dak. De opstap was nogal hoog dus je moest nogal klimmen om erin te geraken. Toen klonk er een luid fluitsignaal en waren we vertrokken. Het metaal knarste zo over elkaar, dat maakte een lawaai!
We reden echt heel snel. Eén van de passagiers beweerde dat we 35 kilometer per uur reden, kan je dat geloven! Plots begon het heel hard te regenen. Omdat we in een soort van open koets zaten, moesten we snel onze paraplu open doen. We moesten hem wel stevig vasthouden want door de hevige wind ging hij bijna vliegen.
Iets later reden we door een tunnel. De rook die uit de locomotief kwam, blies de hele tijd in ons gezicht. Het stonk verschrikkelijk. Toen we terug een beetje op ons gemak zaten moest de trein plost heel hard stoppen. Er stond een koe op het spoor. Een uur hebben we stil gestaan. Met man en macht hebben ze tegen het beest staan duwen, het verzette geen poot. Na 3 uur kwamen we aan in Brussel. Met de trein rijden moet je ook eens doen. Ik vond het reuze leuk!
Groeten, Paul.


